De varkenshoeder

De varkenshoeder

Er was eens een arme prins. Zijn koninkrijkje was maar heel klein, maar nog altijd groot genoeg om te gaan trouwen, en trouwen, dat wilde hij. Het was natuurlijk wel een beetje brutaal van hem dat hij tegen de dochter van de keizer durfde zeggen: 'Wil je me hebben?' Maar dat durfde hij best, want zijn naam was wijd en zijd befaamd. Er waren honderden prinsessen die dolblij zouden zijn geweest, maar laten we eens kijken of zij dat ook was. Moet je horen: Op het graf van de vader van de prins groeide een rozenstruik, o zo'n mooie rozenstruik. Hij bloeide maar eens in de vijfjaar en dan had hij maar één bloem, maar dat was een roos die zo zoet geurde dat je, als je eraan rook, al je zorgen en muizenissen vergat. De prins had ook nog een nachtegaal, die kon zingen alsof hij alle mooie melodieën in zijn keeltje had. Die roos en die nachtegaal zou de prinses krijgen en daarom werden ze allebei in zilveren etuis gestopt en naar haar toe gestuurd. De keizer liet ze voor zich neerzetten in de grote zaal, waar de prinses met haar hofdames visite speelde. Ze deden nooit iets anders en toen ze de grote etuis met de cadeautjes zag, klapte ze in haar handen van plezier. 'Als het eens een poes
8.2/10 - 19 stemmen