Het verhaal van het jaar

Het verhaal van het jaar

Het was winter, een vreselijke sneeuwstorm was het; de sneeuw stoof wervelend door straten en stegen; de ruiten waren van buiten met sneeuw beplakt, de sneeuw viel in hopen van de daken en de mensen hadden zo'n vaart, ze renden, ze holden, ze vlogen tegen elkaar op en pakten elkaar dan even beet, om houvast te hebben. Rijtuigen en paarden leken wel gepoederd, de lakeien stonden met hun rug naar het rijtuig en reden met de wind in de rug. De voetganger bleef in de beschutting van het rijtuig, dat maar langzaam vooruitkwam in de diepe sneeuw; en toen de sneeuwstorm eindelijk ging liggen en er een smal paadje langs de huizen ontstond, bleven de mensen daar staan, als ze elkaar tegenkwamen. Niemand had zin om de eerste stap in de diepe sneeuw te nemen om de ander voorbij te laten. Zwijgend bleven ze staan, om ten slotte, als na een stilzwijgende afspraak, ieder één been prijs te geven en in die sneeuwhoop te laten zakken. Maar 's avonds was het rustig. De hemel zag eruit alsof hij geveegd was en hoger en doorschijnender was gemaakt, de sterren leken splinternieuw en sommige waren heel blauw en heel helder, en het vroor dat het kraakte. De bovenste laag sneeuw was dan wel sterk genoeg
0/10 - 0 stemmen