De rozenelf

In een tuin groeide een rozestruik die helemaal vol rozen stond, en in een ervan, de mooiste van alle, woonde een elf. Hij was zo pieterig klein dat een menselijk oog hem niet kon zien; achter elk blaadje van de roos had hij een slaapkamer; hij was welgevormd en mooi als een kind maar wezen kon en had vleugels die van zijn schouders tot zijn voeten reikten. O, wat rook het heerlijk in zijn kamers en wat waren de muren mooi! Het waren immers de rose bloemblaadjes. De hele dag vermaakte hij zich in de zonneschijn. Hij vloog van bloem tot bloem, danste op de vleugeltjes van de fladderende vlinder en mat hoeveel passen hij moest doen om over alle wegjes en paadjes van een lindeblad te lopen. Dat waren wat wij de nerven in het blad noemen, die hij voor wegen en paden aanzag; ja, dat waren voor hem eeuwige wegen. Voor hij ermee klaar was ging de zon onder. Hij was er ook zo laat mee begonnen.
9.8/10 - 471 stemmen






De mooiste sprookjes van Andersen












Donations are welcomed & appreciated.


Thank you for your support.