De poppenspeler

Er was op de stoomboot een oud uitziende man die zo vergenoegd keek dat, als zijn gezicht niet loog, hij de gelukkigste mens op aarde moest zijn. Dat was hij ook, zei hij. Ik hoorde het uit zijn eigen mond. Het was een Deen, een landsman van mij, een reizend theaterdirecteur. Hij had zijn hele personeel bij zich, dat lag in een grote kist: het was een marionettentheater. Zijn aangeboren goede humeur, zei hij, was gelouterd door een ingenieur en bij dat experiment was hij ...